duurzaam stedelijk water vormgegeven
Voor een integraal waterplan is het belangrijk eerst de natuurlijke condities vast te stellen: bodemsoort, grondwaterstand, neerslag, kwel, oppervlaktewater, enzovoorts. Vervolgens moeten de waterstromen ten gevolge van de menselijke activiteiten in kaart worden gebracht, zoals de hoeveelheid en kwaliteit van het afvalwater, de behoefte aan schoon water voor de verschillende gebruiksdoeleinden en de hiervoor benodigde kwantiteit en kwaliteit. Afhankelijk van de bestaande situatie kunnen vervolgens de doelen en prioriteiten met betrekking tot het waterbeheer worden geformuleerd. Deze worden uitgewerkt in een totaal waterconcept waarbij de verschillende maatregelen op elkaar worden afgestemd. De doelstellingen dienen altijd afgestemd te worden op de mogelijkheden van de situatie en aan te sluiten bij de natuurlijke waterbalans of deze te verbeteren.
In de praktijk betekent dit dat op hooggelegen, droge en zandige bodems het water in de bodem wordt geïnfiltreerd of in open water wordt opgeslagen; op laaggelegen, kleiachtige, natte bodems wordt het water zoveel mogelijk bovengronds opgeslagen. Redenen hiervoor zijn dat bij de droge bodems het grondwater wordt aangevuld en geen afvoervoorzieningen over grote afstanden noodzakelijk zijn. Bij de natte bodems word door de bovengrondse opslag een berging gecreëerd waardoor het water niet versneld wordt afgevoerd. Kleibodems zijn in zeer beperkte mate waterdoorlatend. In bestaande stedelijke situaties zijn de mogelijkheden zeer afhankelijk van de specifieke locatieomstandigheden.
Het af te voeren water bestaat uit hemelwater van de daken en het hemelwater van het overige verharde oppervlak. Het hemelwater van de daken is in het algemeen voldoende schoon; dit betekent dat dit water direct, dus ongezuiverd, opgeslagen of geïnfiltreerd kan worden. Het afstromende water van wegen kan vervuild zijn. Bij meer dan vijfhonderd voertuigen per dag dient er een zuivering te worden aangebracht of kan de afvoer op het vuilwaterriool aangesloten worden.
Bij infiltratiesystemen kan het water voor een groot deel bovengronds en zichtbaar afgevoerd worden. Het benodigde afschot voor deze voorzieningen bedraagt in slappe niet draagkrachtige bodems 0,5 cm/m. Bij grotere afstanden tot de infiltratievoorziening wordt dit benodigd afschot een belangrijk ontwerpcriterium.
een project van opMAAT architectuur, stedenbouw, onderzoek en advies ~ www.opmaat.info ~ water@opmaat.info